Ingrediënten

Fotolia_53896332_XS.jpgElke fabrikant houdt bij het samenstellen van zijn product rekening met de wensen van zijn consument. De samenstelling is dan ook niet alleen een technisch aspect, maar er komt ook emotie bij kijken. Daarnaast speelt wetgeving een belangrijke rol; welke stof mag wel of niet in cosmetica worden gebruikt.

Werking ingrediënten

Heel ingewikkelde, maar ook hele ‘alledaagse’ stoffen worden in cosmetica gebruikt, zoals water, honing en melk. De ingrediënten bepalen de gewenste eigenschappen van het product, zoals geur, kleur, zuurgraad, smeerbaarheid, houdbaarheid én werking. 

De eigenschappen van een cosmetisch product worden bepaald door de ingrediënten waaruit het is samengesteld. Bij het bestuderen van het etiket wordt al snel duidelijk dat voor het gewenste effect veel verschillende stoffen nodig zijn. Vaak staan hier tientallen stoffen vermeld, die allen een of meerdere functies vervullen. De kleur van een product wordt bepaald door kleurstoffen en de geur door geurstoffen. Antizonnebrandcrème dankt zijn beschermende werking aan UV-filters en bodylotion aan hydraterende vetzuren. Deze twee ingrediëntsoorten zijn voorbeelden van actieve ingredienten.

Actieve ingrediënten zijn stoffen, die verantwoordelijk zijn voor de werking van het product. De werking van deze actieve ingredienten wordt ondersteund door de aanwezige hulpstoffen. Bij antiz-onnebrandmiddelen wordt bijvoorbeeld een antiklonter toegevoegd om te voorkomen dat de UV-filters samenklonteren, waardoor de SPF (beschermingsfactor) wordt verminderd. Hulpstoffen zorgen er ook voor dat een lotion goed smeerbaar is. Daarnaast zijn er nog stoffen die garanderen dat het product tot de vermelde houdbaarheid goed blijft. Conserveermiddelen, antioxidanten en emulgatoren zorgen ervoor dat het product zijn eigenschappen behoudt.

Belangrijke ingrediëntgroepen

Fluoride
Fluoride is waarschijnlijk het bekendste ingrediënt in gebitsverzorgende cosmetica, zoals tandpasta en mondspoelmiddelen. In deze producten heeft fluoride de belangrijke functie om de vorming van gaatjes (cariës) te voorkomen. Cariës ontstaat doordat zuur het tandglazuur, bestaand uit een mineraal genaamd calcium hydroxyapatiet aantast. Door de aanwezigheid van fluoride (F-) wordt het tandglazuur gehard. De calcium hydroxyapatiet wordt omgezet in calcium fluorapatiet, dat beter bestand is tegen aanvallen van zuur.

Fluoride kan in vier verschillende vormen in cosmetica aanwezig zijn:  

  • Fluoride zout bijvoorbeeld natriumfluoride (NaF)
  • Amine hydrofluoride bijvoorbeeld hexadecylamine hydrofluoride (C16H33NH4F)  
  • Silicofluoride bijvoorbeeld ammonium silicofluoride ((NH4)2SiF6)  
  • Monofluorphosphate bijvoorbeeld natriummonofluorphosphate, (Na2PO3F) 

Voor alle vier de types berust de werking op het fluoride ion, dat bij het poetsen vrijkomt. De hoeveelheid fluoride, die een product mag bevatten, staat vastgelegd in de wet (in Annex III van de Cosmeticaverordening).  

Geurstoffen
De functieomschrijving van geurstof in cosmetica is eenvoudig, namelijk een passende en aangename geur geven aan het product. De realisatie van deze functie is echter een stuk gecompliceerder dan het lijkt. Parfums zijn zeer complexe mengsels van geurstoffen. Een eenvoudig parfum bestaat al uit 20 à 30 bestanddelen en dat kan oplopen tot meer dan 120. Het wijzigen van één van deze stoffen kan de geur van het parfum al wezenlijk veranderen. Voor het samenstellen van een geur kan de parfumeur kiezen uit meer dan 3000 stoffen, waarvan er ongeveer 500 natuurlijk zijn. Belangrijke klassen van geurstoffen zijn: 
 

  • Terpenen bijvoorbeeld geraniol (rozengeur) en menthol
  • Esters bijvoorbeeld isobutylacetaat (aardbeien) en isoamylacetaat (banaan)
  • Aldehyden bijvoorbeeld cinnemal (kaneel) en vanillin (vanille)
  • Aromaten bijvoorbeeld coumarin (hooi) en 1-acetonaphthone (sinaasappelbloesem) 

Kleurstoffen
Een essentiële functie van veel cosmetica is het verfraaien of het uiterlijk wijzigen van het menselijk lichaam. Deze functie wordt vaak gerealiseerd met kleuren afkomstig van kleurstoffen. Daarnaast worden deze kleurstoffen ook aan cosmetica toegevoegd om het product een gewenste uitstraling te geven, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een lichtpaars getint parfum.
 

Kleurstoffen zijn onder te verdelen in twee categorieën: de onoplosbare pigmenten en de oplosbare kleurstoffen. De keuze tussen deze twee soorten hangt voor een groot deel af van het producttype. In een shampoo zal over het algemeen gekozen worden voor een oplosbare kleurstof, terwijl in een oogschaduw bij voorkeur een pigment wordt gebruikt om het uitlopen door traanvocht te voorkomen. De diversiteit van kleurstoffen is enorm, variërende van metaalzouten tot organische carotenoïden, waardoor het volledige kleurenspectrum voor de formuleerder toegankelijk is. 

Kleurstoffen zijn over het algemeen makkelijk te herkennen op het etiket aan het colour index nummer. Alleen de kleurstoffen, die in Annex IV van de Cosmeticaverordening staan vermeld, mogen gebruikt worden in cosmetica. Enkele voorbeelden:  

  • CI 50325     Acid violet 50 (violet)
  • CI 73000     Indigo (indigoblauw)
  • CI 75125     Lycopene, kleurstof uit Caledula officinalis (geel)
  • CI 77491     IJzeroxiden (rood) 

Conserveermiddelen
Gedurende het gebruik wordt cosmetica blootgesteld aan allerlei bacteriën en schimmels. Om de producten te beschermen tegen deze micro-organismen en bederf tegen te gaan, worden er conserveermiddelen toegevoegd aan cosmetica. Deze stoffen zorgen ervoor dat cosmetische producten gedurende lange tijd zonder risico op besmetting gebruikt kunnen worden. Er zijn veel verschillende conserveermiddelen, waarvan een paar belangrijke typen hieronder zijn weergegeven.
 

  • Parabenen bijvoorbeeld methylparaben, propylparabenen
  • Formalde hydereleasers bijvoorbeeld quaternium-15, imidazolidinyl, DMDM hydantoin
  • Quaternary ammoniums bijvoorbeeld lauryltrimethylammonium chloride, benzethoniumchloride
  • Organische zuren bijvoorbeeld benzoëzuur, salicylzuur, sorbinezuur 

Sommige conserveermiddelen zijn effectiever tegen bepaalde micro-organismen dan andere en vice versa. Om die reden wordt er meestal gebruik gemaakt van een mengsel van verschillende conserveermiddelen om een optimale houdbaarheid te verkrijgen. 

Producten zijn niet in gelijke mate onderhevig aan bederf. Bepaalde producten behoeven niet extra te worden geconserveerd, omdat zij geen geschikte voedingsbodem vormen voor micro-organismen. Een bekend voorbeeld hiervan is parfum; het hoge alcoholpercentage zorgt ervoor dat geen enkele micro-organisme er kan groeien. Voor elke formule moet de optimale conservering apart worden bepaald. 

Alleen de conserveermiddelen, die in Annex V van de Cosmeticaverordening staan vermeld, mogen gebruikt worden in cosmetica. 

Fruitzuren
Fruitzuren vormen een bekende groep van cosmetica-ingrediënten, die ook bekend zijn onder hun engelse naam hydroxy acids. Beide namen zijn goed te verklaren. Veel van deze stoffen zijn afkomstig uit vruchten en hebben gemeenschappelijk dat in het molecuul een alcoholgroep (hydroxy) zich in de nabijheid van een zuurgroep (acid) bevindt.
 

Deze stoffen worden hoofdzakelijk gebruikt in huidverzorgende cosmetica voor hun exfoliërende werking. Exfoliëren is het proces waarbij dode huidcellen van het huidoppervlak worden verwijderd met als resultaat dat de huid er zacht en egaal gaat uitzien. Met de techniek kunnen oppervlakkige rimpels worden verzacht en verkleuringen van de huid verwijderd. Deze effecten worden gerealiseerd doordat de fruitzuren de huid binnendringen, de dode huidcellen losweken en de gezonde huidcellen intact laten. De meest gebruikte fruitzuren zijn:  

  • Glycolzuur
  • Citroenzuur
  • Melkzuur
  • Wijnsteenzuur
  • Appelzuur 

UV-filters
Anti-zonnebrandmiddelen beschermen de huid tegen te veel UV-straling. Deze producten bewerkstelligen dit door de aanwezigheid van UV-filters. Deze ingrediënten beschermen de huid door het UV licht te absorberen, te reflecteren of een combinatie van deze twee.
 

De UV-filters zijn onder te verdelen in twee categorieën: de organische en de anorganische UV-filters. Organische UV-filters zijn stoffen zoals benzophenon-3, 3-benzylidene camphor en ethylhexyl salicylate. De werking van de organische UV-filters berust op de absorptie van UV-licht. Het UV-licht wordt door het molecuul opgevangen en omgezet in een minder schadelijke vorm van energie. 

De anorganische filters daarentegen beschermen de huid voor het grootste deel door het licht te reflecteren of te verstrooien. Deze groep filters bestaat dan ook uit witte metaaloxiden, zoals titaandioxide en zinkoxide. De deeltjesgrootte van deze oxiden speelt een belangrijke rol bij de effectiviteit van de bescherming. Hoe kleiner het deeltje, des beter de bescherming, vandaar ook dat nanotechnologie een belangrijke rol speelt bij zonnecosmetica. 

Alleen de UV-filters, die in Annex VI van de Cosmeticaverordening staan vermeld, mogen gebruikt worden in cosmetica.   

Oppervlakte-actieve stoffen
De meeste mensen zullen bij het begrip zeep direct denken aan het cosmetische eindproduct. De term wordt soms echter ook gebruikt om het actieve ingrediënt van zeep aan te duiden, de oppervlakte-actieve stoffen. Oppervlakte-actieve stoffen komen vrijwel in alle was- en reinigingsproducten voor. Zij verwijderen het vuil en houden het losgemaakte vuil in oplossing. Zonder deze stoffen zou het meeste vuil niet met water te verwijderen zijn. Vuil is namelijk over het algemeen niet oplosbaar in of mengbaar met water. Een duidelijk voorbeeld hiervan is olijfolie. Zonder oppervlakte-actieve stoffen blijft olijfolie op water drijven, maar als aan dit tweelagensysteem oppervlakte actieve stof wordt toegevoegd ontstaat er één laag, waardoor de olijfolie met het water verwijderd kan worden.
 

Oppervlakte-actieve stoffen zijn opgebouwd uit twee delen, een vetminnend staart en een waterminnend kop. Het vetminnend gedeelte bind met het vuil op een dus danige wijze dat er rondom een waterminnend jasje vormt. Het vuildeeltje wordt water oplosbaar, waardoor het water zijn reinigende werking kan doen. Er zijn vier verschillende typen opvervlakte-actieve stoffen, die eigenlijk alleen wezenlijk verschillen in het waterminnend gedeelte.  

  • Anionogene oppervlakte-actieve stoffen Deze oppervlakte-actieve stoffen bezitten een negatief geladen waterminnend gedeelte, bijvoorbeeld alkylbenzeensulfonaten en de alkylsulfaten.
  • Kationogene oppervlakte-actieve stoffen Deze oppervlakte-actieve stoffen bezitten een positief geladen waterminnend gedeelte, bijvoorbeeld alkyl dimethyl benzyl ammoniumchloride.
  • Amfotere oppervlakte-actieve stoffen Deze oppervlakteactieve stoffen bezitten een positief en negatief geladen waterminnend gedeelte, bijv. aminoalkylaminozuren en betaïnes.
  • Niet-ionogene oppervlakte-actieve stoffen Deze oppervlakte-actieve stoffen bezitten een niet geladen waterminnend gedeelte, bijv. alcoholethoxylaten en alkylpolyglycosiden.

Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren.
Door dit aan te vinken, wordt er een cookie geplaatst om de popup te verbergen. Deze cookie bevat geen persoonlijke informatie

Ik accepteer het gebruik van cookies