De nuchtere feiten
Wat is een nanodeeltje?
Nano komt van het Griekse woord voor dwerg: nanos. Een nanometer is het miljardste deel van een meter, ofwel 0,000.000.001 meter, een eenheid die je met het blote oog niet kunt zien. Dat geldt ook voor het nanodeeltje, dat volgens de meeste gebruikelijke definitie een afmeting heeft van 1 tot 100 nanometer. Nanodeeltjes komen veel voor in de natuur: zeelucht bevat bijvoorbeeld zoutdeeltjes van nanoformaat en ook in verbrandingsrook komen nanodeeltjes voor. De discussie gaat echter vooral over nanodeeltjes die kunstmatig worden geproduceerd en aan producten, zoals verf en cosmetica, worden toegevoegd.
Wat zijn de voordelen van nanomaterialen?
Materiaal dat bestaat uit deeltjes van nanoafmetingen heeft andere eigenschappen dan hetzelfde materiaal waarvan de deeltjes grotere afmetingen hebben. Op die manier kun je met nanodeeltjes bijvoorbeeld lichtere en tegelijk sterkere materialen maken. Dat gebeurt in de vliegtuigindustrie. En in de cosmetica wordt bijvoorbeeld geprofiteerd van de gunstige eigenschappen van nanodeeltjes in siliciumdioxide, ook wel silica genoemd. Daarmee produceren we tandpasta’s die het gebit wel reinigen, maar het tandglazuur intact laten.
Het minuscule formaat van de nanodeeltjes heeft ook een ander voordeel: door de kleine afmeting van de stof is het totale werkzame oppervlak groter per volume-eenheid. Van dat voordeel wordt bij cosmetica al tientallen jaren geprofiteerd, bijvoorbeeld via de toevoeging van titaandioxide en/of zinkoxide (in nanovorm) aan zonnebrandmiddelen. Deze worden daardoor beter smeerbaar en de betere verdeling van de deeltjes op de huid zorgt voor een betere bescherming.
De risico’s van teveel uv-straling op de huid zijn bekend: verbranding en veroudering, schadelijke effecten die uiteindelijk kunnen leiden tot huidkanker. Volgens cijfers van KWF Kankerbestrijding wordt jaarlijks in Nederland bij 36.000 mensen huidkanker vastgesteld. Onderzoek heeft aangetoond dat traditionele organische filters (die de uv-straling absorberen) in combinatie met titaandioxide voor een veel betere bescherming zorgen.
Is niet veel te weinig bekend van nanomaterialen?
Er is voldoende bekend om te kunnen stellen dat nanomaterialen in cosmetica, zoals deze op dit moment wordt toegepast, geen risico vormt voor de gezondheid.
Omdat nanomateriaal andere eigenschappen kan hebben dan dezelfde stof die uit grotere deeltjes bestaat, is gedegen onderzoek uiteraard wel essentieel. Het is belangrijk eigenschappen en eventuele risico’s te kennen voordat nanomateriaal in producten wordt toegepast. Overigens geldt dit niet alleen voor nanomaterialen, maar voor alle ingrediënten die in producten worden toegepast. De industrie heeft veel aandacht voor de nieuwe, mogelijk risicovolle eigenschappen, van ingrediënten.
Hierbij moet overigens ook bedacht worden dat bepaalde nanomaterialen, bijvoorbeeld in de vorm van titaandioxide en zinkoxide, al vele tientallen jaren in cosmeticaproducten worden toegepast. Hun effecten op de gezondheid zijn uitvoerig onderzocht.
Hoe wordt gecontroleerd of nanomaterialen in cosmetica veilig zijn?
Natuurlijk wordt dit uitgebreid getest door de industrie, die er immers zelf het grootste belang bij heeft dat uitsluitend volkomen veilige producten op de markt komen. Daarnaast gelden er voor cosmetica zeer strenge wettelijke regels. Die regels staan in Nederland in het Warenwetbesluit cosmetische producten en dat besluit is rechtstreeks afgeleid van de Europese Cosmetica Richtlijn.
Het uitgangspunt van al deze regels is dat een product alleen op de markt gebracht mag worden als het veilig is. En een product is veilig als de gebruikte ingrediënten in de gebruikte concentratie (en bij gebruik voor het doel waarvoor het is bestemd) geen gezondheidsrisico’s veroorzaken. Dit wordt bekeken op basis van een wetenschappelijke risicobeoordeling.
Om even bij het voorbeeld van titaandioxide te blijven: voor de volksgezondheid is niet interessant of deze stof in zichzelf risico’s oplevert. Het gaat om de wijze waarop ze wordt gebruikt. Titaandioxide is uitgebreid getest in cosmetica. Onafhankelijk onderzoek bij normale en bij beschadigde huid heeft al vele jaren geleden aangetoond dat de stof niet of nauwelijks door de huid wordt opgenomen. Bij gebruik in cosmetica vormt titaandioxide dus geen gezondheidsrisico. Integendeel, het levert juist een bijdrage aan de bescherming van die gezondheid via het voorkomen van huidkanker.
Sommige zonnebrandmiddelen met titaandioxide worden in spuitbussen verkocht. Bij het gebruik van deze producten kan de melk niet alleen op de huid komen, maar mogelijk ook in de mond. Onderzoek heeft echter aangetoond dat de deeltjes die in sprays worden gebruikt te groot zijn om in de longen terecht te komen, waardoor de blootstelling beperkt blijft tot de huid.
Zijn er geen andere risico’s: de nanodeeltjes van bijvoorbeeld titaandioxide kunnen toch ook in het milieu terechtkomen?
Cosmeticaproducten met nanomaterialen komen voornamelijk in het afvalwater terecht, bijvoorbeeld doordat ze bij het douchen worden afgespoeld. Afvalwater wordt via het riool afgevoerd, waarna het wordt gezuiverd en weer in het oppervlaktewater terecht komt. Titaandioxide komt uiteindelijk in het slib terecht. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat het niet of nauwelijks schadelijk is voor de organismen in het water.
Van nanotechnologie wordt de komende jaren veel verwacht. Houden we de gezondheidsrisico’s daarbij wel goed in de gaten?
Nanotechnologie is inderdaad volop in ontwikkeling, het is misschien wel dé technologie van de 21ste eeuw. Dus worden voortdurend nieuwe grondstoffen ontwikkeld. Daar profiteren we allemaal van.
De Europese Unie heeft besloten de regels met ingang van medio 2013 nog wat verder aan te scherpen. Deze vernieuwde regeling houdt in dat nieuwe nanogrondstoffen die gebruikt worden in cosmetica (uv-filters, conserveringsmiddelen en kleurstoffen) eerst op Europees niveau moeten worden beoordeeld door het onafhankelijke Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid (WCCV). Als ze veilig zijn, worden ze op de lijst met toegelaten stoffen geplaatst.
Als de producent een nieuw nanomateriaal of nanoingredient met een andere functie op de markt brengt, moet hij het gebruik van het nieuwe nanomateriaal in cosmetica tijdig melden aan de Europese Commissie. Dat moet gebeuren minimaal zes maanden voordat het nieuwe product op de markt komt.
Bij deze melding moet de veiligheid van het ingrediënt wetenschappelijk worden onderbouwd door de producent. De Europese Commissie kan de onafhankelijke experts van het eigen wetenschappelijk comité te hulp roepen om deze onderbouwing nader te beoordelen.
Verder is afgesproken dat op cosmeticaproducten in de toekomst netjes wordt vermeld als er nanomateriaal in zit. Producenten krijgen tot 11 juli 2013 de tijd om hun etiketten aan te passen. Door de toepassing van deze regels loopt de Europese cosmetica-industrie voorop als het gaat om transparantie over het gebruik van nanomaterialen. Dat is een goede zaak.















